Artikelen

Statuten

Heden, acht augustus tweeduizend dertien, verschenen voor mij, mr. Ronald Jozef Krol, notaris te Zoetermeer:

1.    mevrouw Ellen Brouwer, geboren te 's-Gravenhage op tien december negentienhonderd zevenendertig, ongehuwd en niet geregistreerd als partner in de zin van het geregistreerd partnerschap;

2.    de heer Cornelis Antonius Maria Klein, geboren te Voorburg op éénentwintig september negentienhonderd tweeëndertig, gehuwd;

De comparanten verklaarden:

-      in zijn vergadering van zevenentwintig mei tweeduizend dertien heeft het bestuur van de stichting: STICHTING SOCIAAL FONDS MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP, statutair en feitelijk gevestigd te 2711 AH Zoetermeer, Europaweg 2, ingeschreven in het handelsregister van de Kamers van Koophandel onder nummer 41149197, hierna ook te noemen: "de stichting", op rechtsgeldige wijze besloten de statuten van de stichting integraal te wijzigen en geheel opnieuw vast te stellen;

-      ingevolge het bepaalde in artikel 15 van de thans geldende statuten van de stichting, is iedere bestuurder bevoegd de noodzakelijke akte van statutenwijziging te doen verlijden, zodat de comparante, in haar voormelde hoedanigheid, te dezen bevoegd is;

-      van het vorenstaande blijkt uit de notulen van bedoelde vergadering, waarvan een exemplaar aan deze akte zal worden gehecht;

-      de statuten van de stichting zijn voor het laatst gewijzigd en opnieuw vastgesteld bij akte van statutenwijziging op drieëntwintig maart tweeduizend vijf verleden voor mr. O. de Groot, notaris te Zoetermeer;

Ter uitvoering van het vorenstaande worden bij dezen de statuten van de stichting integraal gewijzigd en geheel opnieuw vastgesteld, zodat deze met ingang van heden luiden als volgt:

STATUTEN

Naam en zetel

Artikel 1

1.   De stichting draagt de naam: STICHTING SOCIAAL FONDS OCW VOOR INSTELLINGEN VOOR WETENSCHAPPELIJK EN HOGER ONDERWIJS, ONDERZOEK EN CULTUUR.

2.    De stichting is gevestigd te Zoetermeer.

Definities

Artikel 2

In deze statuten wordt verstaan onder:

a.   “stichting”: de Stichting Sociaal Fonds OCW voor Instellingen voor Wetenschappelijk en Hoger Onderwijs, Onderzoek en Cultuur.

b.     “bestuur”: het bestuur van de stichting.

c.     “instelling”: het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, uitvoerende onderwijsdiensten van de rijksoverheid en door de rijksoverheid (mede) bekostigde instellingen op het gebied van wetenschappelijk en hoger onderwijs, onderzoek en cultuur, voor zover het ministerie, de dienst of instelling bijdraagt aan de bekostiging van de werkzaamheden van de stichting.

       Organisaties die zich met bovengenoemde gebieden bezig houden, kunnen bij het bestuur een verzoek indienen om als instelling te worden aangemerkt.

De lijst van instellingen wordt opgenomen in het huishoudelijk reglement.

d.   “werknemer”: degene, die werkzaam is in vaste of tijdelijke dienst dan wel op burgerrechtelijke arbeidsovereenkomst bij een instelling.

       Onder werknemer wordt tevens verstaan hij, aan wie uit hoofde van ontslag uit een dienstverhouding met een instelling een uitkering is toegekend, zolang het recht op die uitkering duurt.

e.   “deelnemer”: degene die zich als zodanig heeft aangemeld, een geldelijke bijdrage betaalt en onder één der volgende categorieën valt.

       1.   werknemer;

       2.   weduwe of weduwnaar van een werknemer;

       3.   partner van een overleden werknemer van wie de samenlevingsovereenkomst in een notariële akte is vastgelegd;      

       4. de gewezen werknemer, die

             a.   een uitkering geniet ingevolge de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden; of

             b.   een invaliditeitspensioen geniet; of

              c.   een uitkering geniet als gevolg van een maatregel van de werkgever op grond van een Sociaal Beleidsplan of een vergelijkbare regeling; of

              d.   een pensioen geniet op grond van de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden of de regeling ABP Keuze Pensioen; of

              e. een ouderdomspensioen geniet;

f.     “begunstiger”: degene, die geen deelnemer zijnde, de stichting geldelijk steunt.

g.   “commissie”: de Commissie van advies, als bedoeld in artikel 8.

Bijzondere deelnemer

Artikel 3

1.    Als deelnemer wordt tevens beschouwd de werknemer die aan de eisen van deelnemer voldeed op het moment dat de instelling waar hij werkzaam is, niet overgaat tot de bijdrage aan de bekostiging van de werkzaamheden van de stichting dan wel deze bijdrage heeft beëindigd.

2. Bij beëindiging van het dienstverband met deze voormalige instelling neemt zijn hoedanigheid van deelnemer een einde, tenzij sprake is van de in artikel 2 onder e 4 genoemde gevallen.

3.  Voor het overige zijn bij beëindiging van het dienstverband voor deze deelnemers de bepalingen van artikel 13 lid 2 van kracht.

Doel

Artikel 4

1.    Het doel van de stichting is financiële hulp te verlenen aan deelnemers die, naar het oordeel van het bestuur van de stichting, door financiële omstandigheden in sociale moeilijkheden raken of zijn geraakt, voor zover niet op andere wijze in die hulpverlening kan worden voorzien.

2.  De in het eerste lid bedoelde hulp door de stichting kan bestaan uit het toekennen van een lening of een schenking naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van een deelnemer.

Middelen

Artikel 5

1.    De middelen van de stichting worden gevormd door het stichtingskapitaal, de bijdragen van de instellingen, van de deelnemers en de begunstigers alsmede alle overige inkomsten.

2.   Beslissingen omtrent het aanvaarden van een erfenis worden slechts genomen nadat een boedelbeschrijving is ontvangen.

Het bestuur

Artikel 6

1.    Het bestuur is belast met het besturen van de stichting en het beheren van de financiële middelen van de stichting.

2.    Het bestuur bestaat uit ten minste zeven en ten hoogste negen natuurlijke personen.

       De bestuurders worden benoemd door het bestuur, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 lid 3. Indien het aantal in functie zijnde bestuursleden daalt beneden de zeven, blijft het bestuur bestuursbevoegd. Het bestuur zal alsdan echter er voor zorg dragen dat zo spoedig mogelijk door benoeming het aantal bestuursleden op ten minste zeven wordt gebracht.

3.    Het bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter, secretaris en penningmeester. Daarnaast worden benoemd een plaatsvervangend voorzitter, secretaris en penningmeester, van welke functies ten hoogste twee in één persoon verenigd kunnen zijn.

4.   De leden van het bestuur treden periodiek af, volgens een door het bestuur op te stellen rooster. Dit rooster dient zodanig te zijn ingericht, dat een lid van het bestuur telkens niet langer dan vier jaar zitting heeft. De aftredenden zijn terstond herbenoembaar. Degene die wordt benoemd ter voorziening in een tussentijdse vacature neemt op het rooster van aftreden de plaats in van zijn voorganger.

5.    Een bestuurder defungeert:

     a.   door zijn overlijden;

       b.    doordat hij failliet wordt verklaard of surséance van betaling aanvraagt;

     c.   door zijn onder curatelestelling;

     d.   door zijn aftreden;

     e.    door zijn ontslag door de rechtbank;

       f.     door zijn ontslag verleend door de gezamenlijke bestuurders.

6. Een besluit van het bestuur strekkend tot schorsing of ontslag wordt genomen met een meerderheid van twee/derde van de zittende bestuursleden. Alvorens te beslissen over ontslag van een bestuurslid wint het bestuur advies in van de commissie.

7.   In het huishoudelijk reglement wordt de procedure van schorsing verder uitgewerkt.

Werkwijze bestuur

Artikel 7

De werkwijze van het bestuur, de bijeenroeping van de bestuursvergaderingen, de wijze van stemming en de procedures voor vergaderingen tezamen met de commissie worden in het huishoudelijk reglement opgenomen.

Commissie van advies

Artikel 8

1.   Er is een Commissie van advies die het bestuur van de stichting adviseert over de hoofdlijnen van het beleid.

2.   Leden van de Commissie van advies zijn vertegenwoordigers van de instellingen.

      Iedere instelling wordt vertegenwoordigd in de commissie.

3.   De commissie adviseert het bestuur over de benoeming van bestuursleden. De commissie kan daartoe een voordracht opstellen.

4.   De leden van de commissie dragen binnen zijn/haar instelling zorg voor relevante informatie over doelstelling en werkwijze van de stichting bij alle medewerkers van die instelling.

5.   Het bestuur verschaft de commissie tijdig de voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijke gegevens.

6.   Leden van de commissie moeten deelnemer zijn.

Leningen en schenkingen

Artikel 9

1.   Beslissingen omtrent leningen en schenkingen worden genomen in een bestuursvergadering. Het bestuur draagt zorg voor een tijdige afwikkeling van een verzoek om financiële steun. De wijze van behandeling van de ingediende verzoeken om financiële steun wordt vastgesteld bij het huishoudelijk reglement.

2.   Bestuursvergaderingen als bedoeld in het eerste lid worden minimaal twaalf maal per jaar gehouden.

Vertegenwoordiging

Artikel 10

1.    De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur. Daarnaast wordt de stichting vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende bestuursleden.

2.   Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

3.   Het bestuur is bevoegd aan andere personen volmacht te verlenen onder daarbij te stellen voorwaarden.

4.   Het bestuur kan aan de penningmeester volmacht verlenen om zonder voorafgaand overleg met het bestuur betalingen te verrichten.

Vergoedingen

Artikel 11

Het bestuur kan aan zijn leden geen vergoeding toekennen behoudens de vergoeding van de kosten die zij ten behoeve van de stichting maken.

Bijdrage/beëindiging aansluiting instellingen

Artikel 12

1.   Het bestuur stelt, de commissie gehoord, telkens voor een periode van drie jaar een bedrag vast voor de door de instellingen te betalen bijdragen.

2.   De wijze van vaststelling wordt opgenomen in het huishoudelijk reglement.

3.   Instellingen kunnen tot uiterlijk drie maanden vóór het verstrijken van deze termijn het bestuur berichten dat zij hun bijdrage met ingang van de nieuwe periode wensen te beëindigen.

Bijdrage/beëindiging deelnemerschap

Artikel 13

1.   Het bestuur stelt, de commissie gehoord, een minimumbedrag vast voor door deelnemers te betalen bijdragen.

2.   De hoedanigheid van deelnemer neemt een einde door:

       a.    schriftelijk bedanken;

     b.   het verlies van de hoedanigheid van werknemer dan wel gewezen werknemer;

     c.   een opvolgend huwelijk van de weduwe of weduwnaar van een deelnemer dan wel het opstellen van een nieuw samenlevingscontract;

     d.   royement door het bestuur op grond van het herhaaldelijk niet voldoen aan de financiële verplichting jegens de stichting;

     e.   royement ingevolge een besluit, genomen met een meerderheid van twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen in een bestuursvergadering, op grond van voor de stichting schadelijke handelingen.

Benoeming accountant

Artikel 14  

Het bestuur wijst een registeraccountant aan tot het jaarlijkse onderzoek van de boeken, de bescheiden en de geldmiddelen van de stichting. Uiterlijk vóór één juli van het daaropvolgende boekjaar brengt hij schriftelijk verslag uit aan het bestuur.

Boekjaar en jaarstukken

Artikel 15

1.   Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.

2.   De penningmeester legt uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het boekjaar in een vergadering aan het bestuur schriftelijk rekening en verantwoording af van het door hem in het afgelopen kalenderjaar gevoerde beheer over de middelen van de stichting onder overlegging van het in artikel 14 bedoelde verslag. De vaststelling en goedkeuring van de rekening van ontvangsten en uitgaven en van de balans per eenendertig december van dat jaar, waarbij de penningmeester geen stemrecht bezit, strekt de penningmeester tot decharge voor het door hem gevoerde beheer.

3.   Het bestuur stelt de deelnemers in de gelegenheid kennis te nemen van het jaarverslag.

4.   Het jaarverslag wordt tijdens een gezamenlijke vergadering van het bestuur en de commissie vastgesteld door het bestuur, na eventueel commentaar/advies van de zijde van de commissie.

Statutenwijziging

Artikel 16

1.   De statuten van de stichting kunnen worden gewijzigd.

2.   Een besluit tot wijziging van de statuten van de stichting wordt genomen in een speciaal bijeengeroepen gezamenlijke vergadering van het bestuur en de commissie.

3.   Het besluit tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste drie/vierde van het totale aantal der bestuurders en commissieleden aanwezig of vertegenwoordigd is.

     Wordt aan dit quorumvereiste niet voldaan, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden binnen zes weken na de vergadering waarin het quorum niet aanwezig was, waarin het besluit kan worden genomen met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen, doch ongeacht het aantal aanwezigen.

4.   Bij de oproeping tot de vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, welke oproep tevens aan de leden van de commissie moet worden gericht, dient steeds te worden vermeld dat in de vergadering een wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.

     Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging bij de oproeping te worden gevoegd.

     De termijn van de oproeping bedraagt vier weken.

       Het bepaalde in artikel 8, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.   Een statutenwijziging treedt pas in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.

     Ieder der bestuurders is bevoegd deze akte te doen verlijden.

     De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledig doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel en Fabrieken gehouden stichtingenregister.

Ontbinding en vereffening

Artikel 17

1.   Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.

2.   Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in de leden 2 en 3 van het voorgaande artikel van overeenkomstige toepassing.

       De termijn van oproeping bedraagt vier weken.

3.   Het bestuur is met de vereffening belast, tenzij bij het besluit tot ontbinding één of meer andere vereffenaars zijn benoemd.

4.   De vereffenaars doen opgaaf van de ontbinding aan de registers waar de stichting is ingeschreven.

5.   Het bestuur en de commissie stellen bij het besluit tot ontbinding de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast en wel zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de stichting.

6.   Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is.

    Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.

     In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.

7.   De stichting houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaars, bekende baten meer aanwezig zijn.

     De vereffenaars doen van het ophouden van dit bestaan opgaaf aan de registers waar de stichting is ingeschreven.

8.   Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende tien jaren onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.

     Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn naam en adres opgeven aan de registers waarin de ontbonden stichting was ingeschreven.

Huishoudelijk reglement

Artikel 18

1.   Het bestuur stelt een huishoudelijk reglement vast waarin in ieder geval die onderwerpen worden g eregeld, waarvan deze statuten opname in het huishoudelijk reglement verlangen.

2.   Het huishoudelijk reglement mag geen bepalingen bevatten die strijdig zijn met de wet of deze statuten.

3.   Op de besluiten tot vaststelling en wijziging van het huishoudelijk reglement is artikel 16, leden 1 tot en met 4, van de statuten van overeenkomstige toepassing.

SLOT AKTE

De comparanten zijn mij, notaris, bekend.

WAARVAN AKTE, in minuut opgemaakt en verleden te Zoetermeer op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.

Na zakelijke opgave van en een toelichting op de inhoud van deze akte aan de comparanten hebben deze eenparig verklaard tijdig van de inhoud van deze akte te hebben kennisgenomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.

Vervolgens is deze akte, na beperkte voorlezing, door de comparanten en mij, notaris, ondertekend.

Postbank 599789
Postbus 15
2957 ZG Nieuw-Lekkerland
T (0184) 684441
This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.