Artikelen

Statuten

(Nieuwe statuten worden voorbereid)

 

STICHTING SOCIAAL FONDS MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP, zoals deze luiden na statutenwijziging de dato 23 maart 2005.


Naam en zetel.

Artikel 1.

 

1. De stichting draagt de naam “Stichting Sociaal Fonds Ministerie van Onderwijs, Cultuur en     Wetenschap”.
2. De stichting is gevestigd te Zoetermeer en is opgericht voor onbepaalde tijd.


Definities.
Artikel 2.

In deze statuten wordt verstaan onder:

a.  “stichting”: de Stichting Sociaal Fonds Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b.  “bestuur”: het bestuur van de stichting;
c.  “ministerie”: het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
d.  “minister”: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

e.  1. “ambtenaar”: degene, die bij het ministerie of bij een instelling, die voorkomt op een door          het bestuur vastgestelde lijst van onder het ministerie ressorterende of daarmee          gelijkgestelde instellingen, werkzaam is in vaste of tijdelijke dienst dan wel op          burgerrechtelijke arbeidsovereenkomst;
     2. onder ambtenaar wordt tevens verstaan hij, aan wie uit hoofde van ontslag uit een          dienstverhouding met een van de instellingen als aangegeven onder e.1, een uitkering is          toegekend, zolang het recht op die uitkering duurt;
f.   “deelnemer”: degene die zich als zodanig heeft aangemeld, een geldelijke bijdrage betaalt en      onder een der volgende categorieën valt:
     1.  ambtenaar;
     2.  weduwe of weduwnaar van een ambtenaar;
     3.  partner van een overleden ambtenaar van wie de samenlevingsovereenkomst in een           notarieel contract is vastgelegd;
     4.   de gewezen ambtenaar, die:
          a. een uitkering geniet ingevolge de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden; of
          b. een invaliditeitspensioen geniet; of
          c. een uitkering geniet als gevolg van een maatregel van de werkgever op grond van een               Sociaal Beleidsplan of een vergelijkbare regeling; of
          d. een pensioen geniet op grond van de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden; of
          e. een ouderdomspensioen geniet;
g.   “begunstiger”: degene die, geen deelnemer zijnde, de stichting geldelijk steunt;
h.   “commissie”: de commissie van advies als bedoeld in artikel 7.


Doel.
Artikel 3.
1. Het doel van de stichting is financiële hulp te verlenen aan deelnemers die, naar het oordeel     van het bestuur van de stichting, door financiële omstandigheden in sociale moeilijkheden     raken of zijn geraakt, voor zover niet op andere wijze in die hulpverlening kan worden voorzien.
2. De in het eerste lid bedoelde hulp door de stichting kan bestaan uit het toekennen van een     lening of een schenking naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van een deelnemer.


Middelen.
Artikel 4.
1. De middelen van de stichting worden gevormd door het stichtingskapitaal, de bijdragen van de     deelnemers en begunstigers alsmede alle overige inkomsten.
2. Beslissingen omtrent het aanvaarden van een erfenis worden slechts genomen nadat een     boedelbeschrijving is ontvangen.


Bestuur.
Artikel 5.
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting en het beheren van de financiële     middelen va de stichting.
2. Het bestuur bestaat uit ten minste zeven en ten hoogste negen natuurlijke personen. De     bestuurders worden benoemd door het bestuur, met inachtname van het bepaalde in artikel 7     lid 3. Op voordracht van het bestuur, met inachtname van het bepaalde in artikel 7 lid 3, wordt     één bestuurder door de minister benoemd.
    Indien het aantal in functie zijnde bestuursleden daalt beneden de zeven, blijft het bestuur     bestuursbevoegd. Het bestuur zal alsdan echter er voor zorgdragen dat zo spoedig mogelijk     door benoeming het aantal bestuursleden op ten minste zeven wordt gebracht.
3.  Het bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter, secretaris en penningmeester. Daarnaast      worden benoemd een plaatsvervangend voorzitter, secretaris en een penningmeester, van      welke functies ten hoogste twee in één persoon verenigd kunnen zijn.
4.  De leden van het bestuur treden periodiek af, volgens een door het bestuur op te stellen      rooster. Dit rooster dient zodanig te zijn ingericht, dat een lid van het bestuur telkens niet      langer dan vier jaar zitting heeft. De aftredenden zijn terstond herbenoembaar. Degene die      wordt benoemd ter voorziening in een tussentijdse vacature neemt op het rooster van      aftreden de plaats in van zijn voorganger.
5.   Een bestuurder defungeert:
      a. door zijn overlijden;
      b. doordat hij failliet wordt verklaard of surséance van betaling aanvraagt;
      c. door zijn onder curatelestelling;
      d. door zijn aftreden;
      e. door zijn ontslag door de rechtbank;
      f. door zijn ontslag verleend door de gezamenlijke overige bestuurders.
6.   Een besluit van het bestuur strekkend tot schorsing of ontslag wordt genomen met een       meerderheid van twee/derde van de zittende bestuursleden. Alvorens te beslissen over       ontslag van een bestuurslid wint het bestuur advies in van de commissie.
      In het huishoudelijk reglement wordt de procedure van schorsing verder uitgewerkt.


Bestuur; werkwijze.
Artikel 6.

De werkwijze van het bestuur, de bijeenroeping van de bestuursvergaderingen, de wijze van stemming en de procedures voor vergaderingen tezamen met de commissie worden in het huishoudelijk reglement opgenomen.

Commissie van advies.
Artikel 7.
1.   Er is een commissie van advies die het bestuur van de stichting adviseert over de hoofdlijnen       van het beleid.
2.   Leden van de commissie zijn vertegenwoordigers van de instellingen, bedoeld in artikel 2 onder       e 1. De commissie van advies bestaat uit tenminste acht leden. stellingen, zoals aangegeven in       de lijst, bedoeld in artikel 2 onder e. en wel zodanig dat iedere instelling is vertegenwoordigd.
3.   De commissie adviseert het bestuur over de benoeming van bestuursleden door het opstellen       van een voordracht. Dit geldt niet voor het bestuurslid dat op voordracht van het bestuur       door de minister wordt benoemd.
4.   Het bestuur verschaft de commissie tijdig de voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijke       gegevens.
5.   Leden van de commissie moeten deelnemer zijn.


Leningen en schenkingen.
Artikel 8.
1.    Beslissingen omtrent leningen en schenkingen worden genomen in een bestuursvergadering.       Het bestuur draagt zorg voor een tijdige afwikkeling van een verzoek om financiële steun. De       wijze van behandeling van de ingediende verzoeken om financiële hulp wordt vastgesteld bij       het huishoudelijk reglement.
2.    Bestuursvergaderingen als bedoeld in het eerste lid worden minimaal twaalf maal per jaar       gehouden.


Contactpersonen.
Artikel 9.

Elke groep deelnemers van een instelling, als bedoeld onder in artikel 2 onder e 1., wijst uit zijn midden een of meer contactpersonen aan, die binnen zijn/haar instelling zorgdraagt voor relevante informatie over doelstelling en werkwijze van de stichting bij alle medewerkers van die instelling.

Vertegenwoordiging.
Artikel 10.
1.    De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur. Daarnaast wordt       de stichting vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende bestuursleden.
2.    Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting       zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich       tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
3.    Het bestuur is bevoegd aan andere personen volmacht te verlenen onder daarbij te stellen       voorwaarden.
4.    Het bestuur kan aan de penningmeester volmacht verlenen om zonder voorafgaand overleg       met het bestuur betalingen te verrichten.


Vergoedingen.
Artikel 11.

Het bestuur kan aan zijn leden geen vergoeding toekennen behoudens de vergoeding van de kosten die zij ten behoeve van de stichting maken.


Bijdrage / einde deelnemerschap.

Artikel 12.
1.    Het bestuur stelt, de commissie gehoord, een minimumbedrag vast voor door deelnemers te       betalen bijdragen.
2.    De hoedanigheid van deelnemer neemt een einde door:
      a. schriftelijk bedanken;
      b. het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar, dan wel gewezen ambtenaar;
      c. een opvolgend huwelijk van de weduwe of weduwnaar van een deelnemer dan wel het           opstellen van een nieuw samenlevingscontract;
      d. royement door het bestuur op grond van het herhaaldelijk niet voldoen aan de financiële           verplichting jegens de stichting;
      e. royement ingevolge een besluit, genomen met een meerderheid van twee/derde van het           aantal uitgebrachte stemmen in een bestuursvergadering, op grond van voor de stichting           schadelijke handelingen.


Benoeming accountant.
Artikel 13.

Het bestuur wijst een registeraccountant aan tot het jaarlijkse onderzoek van de boeken, de bescheiden en de geldmiddelen van de stichting. Uiterlijk vóór een juli van het daaropvolgende boekjaar brengt hij schriftelijk verslag uit aan het bestuur.


Boekjaar, jaarstukken.
Artikel 14.
1.    Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
2.    De penningmeester legt uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het boekjaar in een        vergadering aan het bestuur schriftelijk rekening en verantwoording af van het door hem in        het afgelopen kalenderjaar gevoerde beheer over de middelen van de stichting onder        overlegging van het in artikel 13 bedoelde verslag. De vaststelling en goedkeuring van de        rekening van ontvangsten en uitgaven en van de balans per eenendertig december van dat        jaar, waarbij de penningmeester geen stemrecht bezit, strekt de penningmeester tot        décharge voor het door hem gevoerde beheer.
3.    Het bestuur stelt de deelnemers in de gelegenheid kennis te nemen van het jaarverslag.
4.    Het jaarverslag wordt tijdens een gezamenlijke vergadering van het bestuur en de commissie        vastgesteld door het bestuur, na eventueel commentaar/advies van de zijde van de        commissie.


Statutenwijziging.
Artikel 15.
1.    De statuten van de stichting kunnen worden gewijzigd.
2.    Een besluit tot wijziging van de statuten van de stichting wordt genomen in een speciaal             bijeengeroepen gezamenlijke vergadering van het bestuur en de commissie.
3.    Het besluit tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee/derde van de                      uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste drie/vierde van het totale aantal        der bestuurders en commissieleden aanwezig of vertegenwoordigd is. Wordt aan dit                      quorumvereiste niet voldaan, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te        houden binnen zes weken na de vergadering waarin het quorum niet aanwezig was, waarin        het besluit kan worden genomen met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte        stemmen, doch ongeacht het aantal aanwezigen.
4.    Bij de oproeping tot de vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden             gedaan, welke oproep tevens aan de leden van de commissie moet worden gericht, dient        steeds te worden vermeld dat in de vergadering een wijziging van de statuten zal worden        voorgesteld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van        de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping        bedraagt vier weken. Het bepaalde in artikel 7 lid 4, derde zin is van overeenkomstige               toepassing.
5.    Een statutenwijziging treedt pas in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.        Ieder der bestuurders is bevoegd deze akte te doen verlijden. De bestuurders zijn verplicht        een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de                      gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel en        Fabrieken gehouden stichtingenregister.


Ontbinding en vereffening.
Artikel 16.
1.    Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
2.    Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in de leden 2 en 3 van het        voorgaande artikel van overeenkomstige toepassing.
       De termijn van oproeping bedraagt vier weken.
3.    Het bestuur is met de vereffening belast, tenzij bij het besluit tot ontbinding één of meer        andere vereffenaars zijn benoemd.
4.    De vereffenaars doen opgaaf van de ontbinding aan de registers waar de stichting is        ingeschreven.
5.    Het bestuur en de commissie stellen bij het besluit tot ontbinding de bestemming van het        batig liquidatiesaldo vast en wel zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de        stichting.
6.    Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voorzover dit tot de vereffening van haar        vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van statuten zoveel        mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam        van de stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.
7.    De stichting houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de        vereffenaars, bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen van het ophouden van        dit bestaan opgaaf aan de registers waar de stichting is ingeschreven.

8.    Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting        gedurende tien jaren onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.        Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn        naam en adres opgeven aan de registers waarin de ontbonden stichting was ingeschreven.


Reglement.
Artikel 17.
1.    Het bestuur stelt een huishoudelijk reglement vast waarin in ieder geval die onderwerpen        worden geregeld, waarvan deze statuten opname in het huishoudelijk reglement verlangen.
2.    Het huishoudelijk reglement mag geen bepalingen bevatten die strijdig zijn met de wet of met        deze statuten.
3.    Op de besluiten tot vaststelling en wijziging van het huishoudelijk reglement is artikel 15,        leden 1 tot en met 4, van de statuten van overeenkomstige toepassing.

 

Postbank 599789
Postbus 15
2957 ZG Nieuw-Lekkerland
T (0184) 684441
This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.